+31 70 711 23 00

Introductie – Op basis van de 4e anti-witwasrichtlijn (de “richtlijn”) worden onder andere ondernemingen straks verplicht om hun directe en indirecte eigenaren in te schrijven in een nieuw openbaar register; het UBO-register. De richtlijn is ingegeven vanuit de wens om witwassen, belastingontduiking en terrorismefinanciering tegen te gaan. Alle natuurlijke personen met een (direct en indirect) belang van 25% of meer in een rechtspersoon worden geregistreerd in het UBO-register. Het begrip UBO is de afkorting van het Engelse begrip “ultimate beneficial owner”, wat uiteindelijke belanghebbende betekent.

Aanpassingen – Op 19 december 2016 heeft de Raad van Europa aanpassingen voorgesteld op de implementatie van de richtlijn. Dit betrof met name grammaticale wijzigingen en geen noemenswaardige ingrijpende aanpassingen.

Inmiddels is tevens een Europese richtlijn aangenomen welke lidstaten verplicht maatregelen te treffen om belastingdiensten van de lidstaten toegang te verlenen tot bepaalde informatie over uiteindelijk belanghebbenden zoals genoemd in het UBO-wetsvoorstel. Tevens moeten de belastingdiensten toegang verkrijgen tot informatie die door meldingsplichtige instellingen wordt verzameld in het kader van cliëntenonderzoek.

Wetgevingsproces – We hebben er lang op moeten wachten, maar op 31 maart 2017 is dan eindelijk een voorstel van wet in verband met de registratie van de UBO ter implementatie van de richtlijn ter consultatie voorgelegd. Het betreft een voorstel tot wijziging van de Handelsregisterwet 2007 (“HrW”), de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (“Wwft”) en de Wet op de economische delicten (“WED”).

Het wetsvoorstel – De voorgestelde wijzigingen luiden op hoofdpunten als volgt:

1. Geen separaat UBO register – Er zullen geen separate UBO registers komen. Het UBO-register zal worden verwerkt in de HrW en voorts uitgewerkt in de Wwft (het UBO-begrip in het Uitvoeringsbesluit Wwft) en WED (sancties). Er ontstaat mitsdien een centraal register bij de Kamer van Koophandel.

2. Toepassing – Het UBO-register geldt voor rechtspersonen en ondernemingen die in Nederland zijn opgericht. Buiten Nederland opgerichte rechtspersonen en entiteiten, die daar ook nog hun (statutaire) zetel hebben, hebben geen UBO in de zin van de HrW. Rechtspersonen en ondernemingen die verplicht de UBO-informatie dienen te registreren zijn onder andere: BV’s, (niet- beursgenoteerde) NV’s, stichtingen, verenigingen die in het Handelsregister staan, maatschappen, cv’s, vof’s en coöperaties. Voor algemeen nut beogende instellingen wordt vooralsnog geen uitzondering gemaakt.

3. Geen toepassing – het fonds voor gemene rekening, kerkgenootschappen, publieke rechtspersonen (overheids BV’s), enkele historische rechtspersonen (hofjes, boermarkten, gilden) en verenigingen van appartementseigenaren (vve) zullen ook geen UBO kennen in de zin van de HrW. De UBO- registratie voor FGR’s wordt volgens de memorie van toelichting nog onderzocht.

4. BES – De richtlijn heeft alleen betrekking op Europees Nederland en behoeft geen implementatie in Caribisch Nederland (BES).

5. Tweede UBO-register – Het Nederlands recht kent de trust niet en kent volgens de wetgever evenmin juridische constructies die vergelijkbaar zijn met de trust. Derhalve wordt het tweede register niet in de HrW geï

6. UBO-begrip – Een UBO is een natuurlijk persoon die direct of indirect de uiteindelijke eigenaar is van of zeggenschap (25 procent of meer) heeft over een onderneming of een rechtspersoon.

7. Te registreren informatie – Welke informatie van de UBO wordt publiekelijk bekend gemaakt? Dat 
is de minimuminformatie volgens de richtlijn, te weten:

  • Volledige naam;
  • Geboortemaand- en jaar;
  • Nationaliteit;
  • Woonstaat; en 
aard en omvang economische belang (percentage in drie bandbreedtes, te weten van 25 tot 50 
procent, van 50 tot 75 procent en van 75 en 100 procent).

Daarnaast dienen er gegevens te worden aangeleverd van de UBO die alleen toegankelijk zijn voor bevoegde overheidsinstellingen en de Financiële Inlichtingen Eenheid. Het betreft:

  • Geboortedag;
  • Volledig adres;
  • BSN of fiscaal identificatienummer;
  • Afschriften van stukken op basis waarvan identiteit, inclusief adres kunnen worden vastgesteld 
(paspoort en bewijs van adres); en
  • Onderbouwing van de omvang van het economisch belang.

8. Waarborgen – Het voorstel kent de volgende waarborgen voor de bescherming van privacy:

  • a)  registratie van de afnemers;
  • b)  betaling van een vergoeding voor inzage;
  • c)  alleen de minimuminformatie is publiekelijk toegankelijk;
  • d)  er kan niet op naam worden gezocht, doch alleen op rechtspersoon of onderneming;
  • e)  afscherming van informatie, behalve aard en omvang van het belang, op verzoek bij de Kamer van Koophandel: in geval van minderjarigheid, handelingsonbekwaamheid of risico op fraude, 
ontvoering, chantage, geweld of intimidatie.

9. Inschrijvingsverplichting – Degene aan wie de onderneming toebehoort of ieder van de bestuurders is verplicht tot inschrijving van de UBO-informatie. Indien er geen bestuurder aanwezig is, berust dit bij degene die de dagelijkse leiding heeft. Dit moet worden gedaan bij eerste inschrijving van nieuwe rechtspersonen en ondernemingen.

10. Terugmeldingsplicht – Er zal een terugmeldingsplicht gelden voor de Wwft dienaren, die daarmee poortwachter worden. Het niet voldoen levert een economisch delict op (net zoals voor degene aan wie de onderneming toebehoort of ieder van de bestuurders). Dat kan leiden tot het opleggen van bestuurlijke boetes, last onder dwangsom of het geven van een aanwijzing. Daar zal streng op worden gehandhaafd. Het gaat om ongeveer 1,5 miljoen ondernemingen en rechtspersonen die mogelijk een of meer UBO’s kennen. Het systeem van alleen zelfrapportage werd als te licht bevonden.

11.  Uitvoering – De bestaande 1,5 miljoen ondernemingen en rechtspersonen die verplicht zijn tot UBO-registratie krijgen na de inwerkingtreding van de implementatiewetgeving 18 maanden de tijd om opgave van hun UBO-informatie te doen; derhalve tot december 2018. De Kamer van Koophandel trekt zelf overigens 2.5 jaar uit voor deze grote “(ICT) operatie”.

De consultatie van het wetsvoorstel is relatief kort; deze loopt tot en met 28 april 2017. Daarmee ziet het er naar uit dat de wetgever inzet om de invoeringsdatum van 26 juni 2017 te halen.

Centraal aandeelhoudersregister – Op 17 januari 2017 is een initiatiefwetsvoorstel ingediend dat ziet op het instellen van een zogenaamd centraal aandeelhoudersregister (“CAHR”). Het is de bedoeling dat in dit register informatie wordt verzameld over aandelen en houders van aandelen in het kapitaal van besloten vennootschappen en naamloze vennootschappen (uitgezonderd beursvennootschappen). Doel van het CAHR is het bijdragen aan de rechtszekerheid en het voorkomen en bestrijden van “financieel- economische criminaliteit”.

Het CAHR kenmerkt zich als volgt:

  • Het CAHR ziet alleen op BV’s en (niet-beursgenoteerde) NV’s. Daarmee is het CAHR beperkter dan het UBO-register, waarin tevens gegevens van UBO’s van stichtingen, verenigingen en personenvennootschappen worden geregistreerd.
  • In het CAHR zullen gegevens worden opgenomen over aandelen op naam, aandeelhouders, vruchtgebruikers en pandhouders. Toonderaandelen, certificaten van aandelen en certificaathouders vallen buiten het bereik van het register.
  • In tegenstelling tot het UBO-register, waar slechts belangen van meer dan 25% worden ingeschreven, worden in het CAHR alle belangen ingeschreven (dus ook minderheidsbelangen en belangen van rechtspersonen). Echter, alleen directe aandelenbelangen worden ingeschreven in het CAHR (dus bijvoorbeeld wel een stichting administratiekantoor dat de aandelen houdt, maar niet de certificaathouders). In het UBO-register worden ook indirecte belangen ingeschreven.
  • Het CAHR wordt besloten. Het zal slechts kunnen worden ingezien door de Belastingdienst, nog nader aan te wijzen publieke diensten, notarissen, Wwft-instellingen en aandeelhouders, vruchtgebruikers, pandhouders voor zover het hen betreft.
  • Notarissen worden verantwoordelijk voor het vullen van het CAHR. De basis voor inschrijving zullen notariële akten zijn. Het is nog niet duidelijk welke gegevens opgenomen worden. Het zullen in ieder geval gegevens en akten betreffen die van belang zijn om de doelstelling van het register te bereiken.
  • Het CAHR zal worden ondergebracht bij de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie.

Nadat in februari 2016 de Minister had aangegeven dat de invoering van het CAHR zou worden aangehouden totdat het UBO-register verder was ontwikkeld, is begin toch 2017 dit initiatiefwetsvoorstel ingediend. In de wetsgeschiedenis is het slechts driemaal voorgekomen dat een initiatiefwetsvoorstel het niet heeft gered.

Leave a Reply